Homepage HKN Bibliotheek collectie Zoekresultaat

Zoekresultaat:    Moesker, Tijmen   (in veld: Auteur(s))     

Aantal gevonden publicaties : 1   (uit: 569)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 0458  
Heeswijk-Dinther - acheologisch onderzoek op bedrijventerrein Heeswijk - Dinther Retsel een grafveld uit de IJzertijd-Romeinse tijd; nederzettingsporen uit de IJzertijd en sporen van landinrichting uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd
Archeologie -- 0458           (2012)    [Moesker, Tijmen]
Het plangebied, gelegen direct ten noordoosten van het plaatsje Retsel, diende archeologisch onderzocht te worden, gezien de ontwikkeling van het gebied als bedrijventerrein. Hiertoe heeft Archol bv in 2005 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, waarbij vier vindplaatsen zijn aangetroffen, die als behoudenswaardig beschouwd werden:

Vindplaats 1: een grafveld uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd;

Vindplaats 2: een mogelijk laat-middeleeuws erf;

Vindplaats 3: een nederzetting uit de IJzertijd;

Vindplaats 4: een natuurlijke depressie met een vondstenlaag uit de IJzertijd.Deze vindplaatsen zijn nader onderzocht middels een archeologische opgraving en in dit rapport worden de resultaten hiervan gepresenteerd.

Het doel van het definitief archeologisch onderzoek (de opgraving) aan de Retselseweg te Heeswijk-Dinther was om de aanwezige archeologische resten veilig te stellen en te waarderen. De resultaten van het onderzoek dienen een zinvolle bijdrage te leveren aan de kennis over en de reconstructie van de bewoningsgeschiedenis van de gemeen-ten Bernheze, Uden en Oss.

Onderzoeksmethode
Gedurende het onderzoek zijn in totaal 25 werkputten aangelegd, verspreid over het onderzoeksgebied. Hiermee is een oppervlakte van 20.605 m opgegraven en onderzocht. Bij alle putten is eerst een tussenvlak aangelegd. Dit tussenvlak (circa 15-20 cm boven het definitieve vlakniveau) is belopen met een metaaldetector en de vondsten zijn in een grid van 5 bij 5 m verzameld. Vervolgens kon over het merendeel van het terrein volstaan worden met de aanleg van één vlak op de overgang van de oudste cultuur-/akkerlaag naar de schone, gele C-horizont. Ter plaatse van vindplaats 1 is echter bij de laagtes eerst nog een vlak aangelegd op de daar aanwezige A-horizont en vervol-ens is een tweede ‘controlevlak’ aangelegd. Bij de uitwerking van de verzamelde gegevens zijn specialisten ingeschakeld ten behoeve van nader onderzoek naar de verschillende aardewerkgroepen; bouwkeramiek; metalen voorwerpen; slakmateriaal; crematieresten; dierlijk botmateriaal; glas; hout; houtskool en archeobotanisch materiaal (waaronder verbrande zaden en pollen). Ook zijn specialisten op het gebied van dendrochronologisch,
14
C- en OSL-dateringsonderzoek ingezet. Bij de analyse van de sporen en de vondsten zijn de verschillende specialistische onderzoeken samengevoegd en is de samenhang tussen de sporen nader uitgewerkt.

Resultaten
Vindplaats 1
De onderzoeksresultaten met betrekking tot het grafveld heeft een aantal opmerkelijke inzichten opgeleverd, ondanks het feit dat het grafveld niet compleet is opgegraven. Er zijn circa vijftig grafmonumenten aangetroffen, en circa dertig grafkuilen. In het noorden van het grafveld is tevens een opvallend grote, rechthoekige structuur aangesneden, die geïnterpreteerd kan worden als cultusplaats. Hiervan is aangetoond dat de greppel vrij diep (1,5 m) en meerdere malen is uitgegraven tijdens de Romeinse gebruiksfase van het grafveld, echter het kan niet uitgesloten worden dat deze al in de IJzertijd is vervaardigd. In het centrum van de cultusplaats ligt een rechthoekige graf-structuur met
14
C-datering uit de 3e eeuw voor Chr. Opvallend element in het grafveld is dat geen monument hetzelfde is. In principe zijn er 17 ronde randstructuren en 29 rechthoekige randstructuren aangetroffen, maar in detail is geen enkele hiervan hetzelfde. Zowel qua omvang als qua vorm is de variatie groot. Het bleek niet mogelijk om binnen het grafveld een duidelijke chronologische ontwikkeling te reconstrueren; hiervoor is te weinig goed dateerbaar materiaal voorhanden. Hetzelfde geldt voor de het onderzoek naar en de analyse van de crematieresten: door diverse verstoringen zijn deze nog slechts gedeeltelijk aanwezig; slechts van vijf bijzettingen kon het geslacht en de leeftijd van de overledene bepaald worden. Twee bijzondere aspecten van dit Heeswijkse grafveld zijn de vele
dodenhuisjes
en de sporen van rituele offers in de natuurlijke depressies ter plaatse van het grafveld: verspreid tussen deze grafcontexten liggen 34 palenconfiguraties waarvan vastgesteld is dat deze eenzelfde datering hebben als het grafveld en aldus een functie gehad hebben binnen het begrafenisritueel. Wellicht als grafmonument, maar mogelijk ook als do-denhuis. Opvallend zijn de vierpalige structuren met langwerpige kuilen in de zuidelijke depressie; deze dateren allen uit de Midden-Romeinse periode. Uit diezelfde periode dateren de talrijke aardewerkdeposities in de natuurlijke depressies. Mogelijk zijn deze vondsten een indicatie voor offerpraktijken in natte contexten, die te maken hebben met het grafritueel. In de loop van de 3e eeuw na Chr. raakt het grafveld definitief in onbruik.
Vindplaats 2
De sporen uit de Late Middeleeuwen/begin Nieuwe tijd bestaan uit een cluster kuilen, sloten en diverse palenrijen in de noordoosthoek van het onderzoeksgebied. Van een boerenerf is echter geen sprake. De sporen hebben waarschijnlijk te maken met activiteiten langs een bestaande weg in de vorm van plantkuilen.
Vindplaats 3 en 4
De vindplaatsen 3 en 4 vormen tezamen een deel van een nederzetting uit de tweede helft van de Midden-IJzertijd, waarvan met het voorliggend onderzoek één huisplattegrond; één bijgebouw; drie spiekers; twee waterputten en dump is opgegraven. Vermoedelijk reflecteren deze sporen slechts één erf. Het was echter niet mogelijk, door gebrek aan daterend vondstmateriaal, om een fasering tussen de verschillende structuren aan te brengen. Wel is aangetoond dat er geen samenhang bestaat met het graf-veld. Vermoedelijk is dit grafveld kort na het buiten gebruik raken van het erf aangelegd.
Archeologische monumentenzorg
Aandachtspunten voor de toekomst zijn: de noordelijke en westelijke begrenzing van het grafveld, en de bijbehorende nederzetting. Meer in het algemeen zou de aandacht uit kunnen gaan naar uitgebreider (veld)onderzoek van depressies nabij grafvelden, en de nadere analyse van de zogenaamde dodenhuisjes

AAC Projectenbureau/Diachron UvA, Amsterdam;  A4;  ( Ja)
 

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 30 juli 2019